Een nieuwe atlas in
2013?!
In 2003 verscheen onze
fraaie atlas ‘Dagvlinders in Drenthe’. Deze atlas heeft betrekking
op de periode 1990-2001. Ons streven is om omstreeks 2013 de opvolgers
van deze atlas klaar te hebben, maar dan moeten we er wel in geslaagd
zijn eind 2012 alle km/hokken bezocht te hebben. Dan lukt alleen maar
met hulp van velen.
Welke soorten vlinders?
Om welke soorten gaat het? Hoeveel bezoeken moeten er worden gebracht
en op welke momenten? Welke gebieden zijn van belang? Wat er allemaal
bij komt kijken doen we onderstaand uit de doeken.
Hoewel we natuurlijk in alle dagvlindersoorten geïnteresseerd zijn,
gaat het bij deze inventarisatie toch vooral om de meer ‘algemenere’
soorten. (zie tabel verderop) De echt bijzondere en kwetsbare soorten
worden al goed door ons gevolgd en komen in het algemeen voor op plekken
die niet vrij toegankelijk zijn. Jullie vragen we met name te gaan
kijken op plekken die wel vrij toegankelijk zijn.
Waar kijken?
Alle kilometerhokken moeten worden bezocht. De vraag is dan natuurlijk
direct ‘maar hoe intensief?’ Maatgevend hiervoor is hoe het betreffende
km-hok is bedeeld met verschillende begroeiingtypes. Hierbij moet
je denken aan bossen(met name bosranden en open plekken), graslanden(vooral
de wat schralere), sloot- en wegbermen, heidevelden, overgangvegetaties
en pioniersvegetaties. Binnen de bebouwde kom zijn vooral de wat grotere
groenstroken en braakliggende terreinen interessant. Elk van deze
gebieden zal zijn eigen karakteristieke soorten kennen naast de soorten
die minder tot nauwelijks biotoopgebonden zijn. In elk geval zal geprobeerd
moeten worden om van elk in het km-hok voorkomend begroeiingtype er
tenminste één te bezoeken.
Verder is de spreiding in de tijd van belang omdat elke soort zijn
eigen vliegtijd kent. Er zullen daarom meerdere bezoeken, gespreid
over het seizoen, moeten plaatsvinden. (zie tabel met soorten en vliegtijden
verderop)
Naast begroeiingtype zijn ook plekken met grote groepen bloeiende
nectarplanten, zoals b.v. distels van belang.
